Wonen in een wagen
Mobiel en groen wonen, da's kicken!
Een heel gedoe, om als mobiel levende burger alleen al een officieel adres te verkrijgen. Mobiel leven in een grote, omgebouwde bestelwagen ligt immers niet voor de hand in onze sedentaire samenleving, waar alles gericht is op het hebben (en houden) van een vast adres.
In september 2003 ben ik halfnomadisch gaan leven, en in december 2004 helemaal zwervend, eerst in een VW-busje, dat helaas te klein was om echt in te wonen, en sinds twee jaar in een (zelf-)omgebouwde grote bestelwagen (Ford).
Het was en is mijn bedoeling om binnen onze maatschappij tijdelijk of definitief op deze manier te leven, en liefst met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. Tegelijk wou ik ook met alles in orde blijven.
Het eerste wat dan op je weg komt is de noodzaak om een domicilieadres te hebben. In België heb je immers een domicilieadres nodig om met alles in orde te kúnnen zijn. Het heeft mij wat tijd gekost om erachter te komen dat er bij ons ook zoiets als een 'referentieadres' bestaat: een officieel postadres, een adres waar je niet woont. Een referentieadres zorgt ervoor dat je voor de sociale zekerheid, de ziekenkas, de belastingsdiensten enz. werkelijk 'op jezelf' bent, dus niet samenwoont met de mensen die op je referentieadres wonen. Dat is voor beide kanten uiteraard absoluut noodzakelijk.
Toen ik wist dat er zoiets als een referentieadres bestond, heeft het mij nog eens twee jaar gekost om er eentje te krijgen. Niet omdat dat zo ingewikkeld was, maar omdat de gemeenteambtenaren "van hogerhand opdracht hebben gekregen om het niet te gemakkelijk te maken" (dixit een gemeenteambtenaar). 't Is maar dat je 't weet. Want op zich is de procedure heel eenvoudig.
1) Je zoekt een familielid, vriend of zelfs vereniging die voor jou je post wil bijhouden en ervoor wil zorgen dat je die ook krijgt.
2) Dan ga je naar 't gemeentehuis en vraagt een referentieadres aan op dat bewuste adres. Als ze moeilijk doen moet je blijven aandringen: elke mobiel levende Belg heeft recht op een referentieadres. Je hoeft géén speciaal beroep te hebben zoals circusartist of schipper (met "je moet een speciaal beroep hebben" scheepte iedereen, zelfs een jurist van de Wetswinkel, mij af!): het pure feit dat je mobiel leeft geeft je recht op een referentieadres.
Dat adres komt voortaan op al je identiteits- en andere officiële papieren, precies zoals een domicilieadres – je ziet op 't oog geen verschil.
3) In feite is de procedure precies dezelfde als wanneer je verhuist. Als de adreswijziging in orde is, komt de wijkagent naar je referentieadres – maar dan niet om te kijken of je daar wel écht woont zoals bij een domicilieadres, maar om te controleren of je daar wel écht NIET woont. Daar teken je ook een papier voor. De echte bewoner tekent dat hij zich verantwoordelijk stelt om de post voor jou te ontvangen en ze jou te bezorgen.
In de praktijk wordt mijn post opengemaakt en nagekeken op dringendheid. Afhankelijk van waar ik uithang haal ik gemiddeld eens per maand zelf de post af op mijn referentieadres. Dringende zaken, zoals rekeningen, bezorgt men mij via sms en e-mail – leve het internetbankieren!
Inderdaad, de mogelijkheden van de moderne tijd maken mobiel leven binnen onze maatschappij zeker niet onmogelijk. Wat je écht nodig hebt om comfortabel te wonen verschuift wel enigszins als je op deze manier mobiel gaat leven. Ik ben van nature veeleer sober, ik heb er geen moeite mee om te leven zonder stromend water, zonder ijskast, zonder wc en zonder binnendouche, maar ik heb bijvoorbeeld wél nood aan de compactheid van een laptop: alle schrijfwerk, ook mijn vrijwilligerswerk en nieuwsbrief, foto's, muziek, paperassen, correspondentie (e-mails, Skype enz.), alle kaarten van Europa + stadsplannen (in combinatie met een uitwendige GPS-sensor kan daar geen TomTom tegenop: ik heb altijd overzicht!), internet voor o.a. bankzaken: het zit allemaal bijeen in één kleine laptop. Daar had je vroeger een grote kamer voor nodig, voor alles wat er in mijn laptop zit! Dat is tegelijk een sterkte en een zwakte: als mijn laptop crasht of gestolen wordt heb ik een probleem…
Maar zo te horen heeft iederéén een probleem in zo'n geval.
Een ander ding dat ab-so-luut onontbeerlijk is: een (hout)kacheltje. Je stookt hout dat je zelf sprokkelt, in een kleine kachel, dus takken van enkele centimeters in doormeter zijn goed genoeg. Of afvalhout van paletten of zo. Als 't maar niet bewerkt is (geschilderd en zo)!
Met een houtkacheltje heb je veel meer dan alleen warmte: je kunt erop koken, papieren afval kan erin (ook gebruikt wc-papier!), 't is heel gezellig en knus, het stookt de ruimte droog, het geeft een echt thuisgevoel. Mijn rijhuis ziet er van binnen dan ook uit als een echt kamertje.
Door het eeuwige condensprobleem in de winter ben ik zowat verplicht om 's winters naar 't zuiden af te zakken, maar overwinteren in onze contreien is doenbaar als je erin slaagt de kachel aan te houden, vooral ook 's nachts. Dat kan alleen met bruinkoolbriketten of steenkool, maar het kán. Mijn kacheltje brandt zowel op hout als op kolen. Als 't dan buiten ‑10 vriest, word ik 's morgens wakker bij +3 bijvoorbeeld. Als ik de temperatuur 's nachts boven 't vriespunt kan houden, ben ik heel blij: mijn verse groentjes geraken dan niet bevroren en de condens is binnen de perken te houden. Het is echter zwaar werken om aan voldoende stookhout te geraken (reken een halve dag werken voor één dag warmte en een beetje reserve – héél begrijpelijk dat de mens op zoek ging naar efficiëntere brandstoffen en verwarmingsmethoden!), dus als het enigszins kan is naar 't zuiden reizen, zoals Zuid-Spanje en Zuid-Portugal, toch het meest aangewezen.
Nog een woordje over 't groene aspect, ofte mijn ecologische voetafdruk: die bedraagt ongeveer de helft van die van de modale westerling. Da's kicken! Ik rij immers niet méér dan de gemiddelde Belg: als ik in de winter naar 't zuiden ga, komt dat op ca. 15.000 km per jaar. Blijf ik in Vlaanderen/Nederland, dan kun je daar een paar duizend kilometer van aftrekken. Doordat ik geen vaste woonst heb, heb ik geen vaste kosten en dus ook geen 'afdruk' van betekenis: geen centrale verwarming, geen elektriciteit van 't net (ik heb zonnepanelen en daarmee genoeg stroom, behalve in de winter als ik in de lage landen blijf, dan ben ik geregeld afhankelijk van netstroom), geen gas. Mijn waterverbruik: als 't moet kom ik met 40 liter toe voor een hele week, één keer douchen inbegrepen. Dat is minder dan 6 liter per dag. Wie in een (ouderwets) huis één keer de wc doortrekt, is al meteen méér dan die hoeveelheid aan drinkwater kwijt. Ter vergelijking: Nederlanders verbruiken 128 liter per persoon per dag (2007), Belgen 106 liter (het laagste verbruik in Europa!) (bron: Wikipedia, "waterverbruik"). Dan ben ik toch echt wel fier op mijn 6 litertjes per dag…
Conclusie: als je sober kunt leven, loont het zeker, zowel voor jezelf als voor het milieu. De economie zou zich waarschijnlijk enigszins moeten aanpassen en vanuit heel andere premissen moeten vertrekken als we allemaal minder zouden consumeren, maar op lange termijn lijkt mij dat misschien wel de enige gezonde optie.
Misschien zwerf ik eens naar de Da Groen Gedoe Green Gathering 2010… Nog wat nieuwe ideeën opdoen… Delen met geïnteresseerden hoe 't er bij mij aan toe gaat…
Officiële informatie over hoe je (als Belg) een referentieadres kunt krijgen
|
|
Wonen in een wagen
Een heel gedoe, om als mobiel levende burger alleen al een officieel adres te verkrijgen.
Wonen in een yurt (ger)
Veel hout kappen voor de lange winteravonden. Lees meer
Wonen in een tipi
Nog veel meer hout hakken. Eigenlijk is het leven in een tipi al een
dagtaak op zich. Lees meer |